De houdbaarheid van het Nederlandse pensioenstelsel

  • Published on
    11-Jan-2017

  • View
    213

  • Download
    0

Embed Size (px)

Transcript

  • dn

    b O

    cc

    asi

    on

    al

    St

    ud

    ies

    Occasiona l S t ud ie sVol.4/Nr.6 (2006)

    De houdbaarheid van het

    Nederlandse pensioenste lse l

    Jan Kakes, Dirk Broeders (red.)

  • Occasiona l S t ud ie sVol.4/Nr.6 (2006)

    De houdbaarheid van het

    Nederlandse pensioenste lse l

    Jan Kakes, Dirk Broeders (red.)

  • Centrale bank en prudentieel toezichthouder financile instellingen

    2006 De Nederlandsche Bank nv

    Auteurs: Jan Kakes en Dirk Broeders. e-mail: j.i.kakes@dnb.nl en d.w.g.a.broeders@dnb.nl

    Met de serie Occasional Studies beoogt de Bank inzicht te verschaffen in beleidsmatige en analytische vraagstukken op voor de Bank relevante gebieden.De tot uitdrukking gebrachte zienswijzen zijn voor rekening van de auteurs en komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de offi cile standpunten van de Nederlandsche Bank.

    RedactiecomissieJan Marc Berk (voorzitter), Eelco van den Berg (secretaris), Hans Brits, Maria Demertzis, Peter van Els, Maarten Gelderman, Klaas Knot, Bram Scholten, Job Swank.

    Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfi lm of op welke andere wijze ook en evenmin in een retrieval system opgeslagen worden, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Bank.

    Verzoeken voor een abonnement en voor toezending van een exemplaar kunt u richten aan:

    De Nederlandsche Bank nvAfdeling CommunicatiePostbus 981000 ab Amsterdam

    Internet: www.dnb.nl

  • De houdbaarheid van het Nederlandse

    pensioenstelsel

    Jan Kakes en Dirk Broeders, met medewerking van David van As, Sybille Grob, Jessica du Marchie Sarvaas, Jorim Schraven en Martijn Schrijvers *

    Korte samenvatting

    Dit rapport gaat in op de houdbaarheid van het Nederlandse stelsel van aanvullende pensioenvoorzieningen. Traditioneel wordt dit stelsel gekenmerkt door kwalitatief goede defined benefit-regelingen met een hoge mate van zekerheid voor de deelnemers. Het pensioenlandschap is echter sterk in beweging. De samenleving vergrijst, er treedt mondialisering op en in de wereld om ons heen worden defined contribution-regelingen steeds meer gemeengoed. Marktwerking in de pensioensector wordt bevorderd, bijvoorbeeld door de mogelijkheid van pensioenfondsen om grensoverschrijdende regelingen binnen Europa uit te voeren. Daarnaast wordt rond deze tijd een beslissing genomen over een nieuw wettelijk kader voor pensioenvoorzieningen. Deze studie beschouwt de financile consequenties van deze ontwikkelingen voor het Nederlandse pensioenstelsel. Dit gebeurt door een beschrijving van de belangrijkste pensioenrisicos in relatie tot het financile beleid van pensioenfondsen. Daarnaast wordt ingegaan op recente veranderingen in het Nederlandse stelsel en wordt aan de hand van simulaties de gevoeligheid van de pensioensector voor macro-economische schokken geanalyseerd. Geconcludeerd wordt dat de recente wijzigingen in pensioenregelingen en financiering van pensioenfondsen de beheersbaarheid en daarmee de houdbaarheid van het stelsel hebben vergroot.

    * Wij danken velen voor inspirerende discussies over de pensioenproblematiek en suggesties die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze studie. In het bijzonder gaat dank uit naar Jan Brockmeijer, Inge van den Doel, Berend Groot, Maarten Hage, Dick den Heijer, Aerdt Houben, Klaas Knot, Peter van Loo, Robert Mosch, Hans Popping, Margreet Schuit, Richard Venniker, Jean Paul Vosse en Peter Vlaar. De meningen in deze studie komen niet noodzake-lijkerwijs overeen met die van De Nederlandsche Bank.

    3

  • 5

    De houdbaarheid van het Nederlandse pensioenstelsel

    Inhoudsopgave

    1 Inleiding en hoofdpunten 7

    2 Verdeling van pensioenrisicos 142.1 Overzicht van pensioenrisicos 142.2 Beschrijving van pensioenstelsels 182.3 Macro-economische effecten bij verschillende systeemkeuzes 272.4 Het Nederlandse stelsel 29

    3 Pensioenfi nanciering en integraal risicobeheer 333.1 Kostprijs van het pensioen 333.2 De verplichtingen van het pensioenfonds 353.3 De beleggingen van het pensioenfonds 393.4 Integraal risicobeheer op basis van Asset Liability Management 403.5 De voor- en nadelen van beleggingen in zakelijke waarden door een

    pensioenfonds 423.6 International Financial Reporting Standards (ifrs) 47

    4 Recente ontwikkelingen in het Nederlandse pensioenstelsel 494.1 Ontwikkeling dekkingsgraad 494.2 Veranderingen beleggingsmix 514.3 Aanpassingen in premies en pensioenregelingen 534.4 Verder herstelproces 56

    5 Pensioenrisicos en macro-economische factoren 605.1 Veranderingen in de economische structuur 605.2 Ontwikkeling op vermogensmarkten 665.3 Slotopmerkingen 68

    Bijlage a Verdelingen palmnet-simulaties 72Bijlage b Marktwaardering van verplichtingen 73Bijlage c Financile instrumenten 75Bijlage d Begrippenlijst 79

    Literatuur 84

    5

  • 7

    De houdbaarheid van het Nederlandse pensioenstelsel

    1 Inleiding en hoofdpunten

    De duurzaamheid van de Nederlandse oudedagvoorziening wordt de komende de-cennia op de proef gesteld. Het aantal 65-plussers ten opzichte van de beroepsbevol-king de zogeheten grijze druk zal naar verwachting meer dan verdubbelen tot ruim veertig procent in 2030 (grafi ek 1.1). De achterliggende oorzaken zijn bekend: de gemiddelde levensverwachting neemt gestaag toe terwijl het kindertal per gezin op een te laag niveau blijft. Bovendien bereikt de babyboom-generatie binnenkort de pensioengerechtigde leeftijd. Dit laatste is echter een tijdelijk fenomeen, dat in diverse opzichten verschilt van de meer structurele vergrijzingsproblematiek (zie box 1.1). Naast demografi sche ontwikkelingen wordt de houdbaarheid van het stelsel bepaald door factoren als de economische groei en productiviteitsontwikkeling, de structuur van de arbeidsmarkt en de toenemende dynamiek in het bedrijfsleven.

    De oudedagsvoorzieningen maken dat Nederland goed is voorbereid op deze ver-anderingen. Naast een omslaggefi nancierd basispensioen (aow) dat voor iedereen beschikbaar is hebben de meeste werknemers een aanvullende pensioenregeling op basis van kapitaaldekking. Grafi ek 1.2 laat zien dat de totale omvang van het aldus

    1950 1970 1990 2010 2030

    0

    10

    20

    30

    40

    50

    Grijze druk

    Idemprognose

    Grafi ek 1.1 Grijze druk65-plussers als percentage van het aantal actieven

    Bron: cbs.

  • 8

    gevormde pensioenvermogen, uitgedrukt in procenten van het bbp, de laatste de-cennia fl ink is opgelopen.1 Het Nederlandse stelsel steekt daarmee gunstig af ten op-zichte van veel andere landen (tabel 1.1). Pensioenregelingen zijn bij uitstek geschikt om collectief te organiseren, vooral vanwege de mogelijkheid om risicos te delen binnen en tussen generaties. Nederland kent wat dat betreft een lange traditie, die teruggaat tot de negentiende eeuw.

    Continuteit van het Nederlandse stelsel in zijn huidige vorm is echter niet vanzelf-sprekend. De afgelopen jaren is duidelijk geworden hoe kwetsbaar pensioenfondsen zijn voor ongunstige ontwikkelingen zoals een beurskrach of een aanhoudend lage rente. De les daaruit is dat dergelijke risicos moeten worden ingecalculeerd. Dit geldt voor beleggingsrisicos, maar bijvoorbeeld ook voor infl atierisico en onzeker-heid over de gemiddelde levensduur. Een belangrijke voorwaarde voor continuteit is voorts een adequate premiestelling. Een kapitaaldekkingstelsel waarbij stelselma-tig beneden de kostprijs van de op te bouwen aanspraken wordt gewerkt is gedoemd vroeg of laat in problemen te komen. In een dergelijke situatie zal men op een gegeven moment de keuze moeten maken: ofwel de pensioenregeling (en daarmee de kostprijs) wordt aangepast aan wat fi nancieel haalbaar is, ofwel de fi nanciering wordt aangepast aan de toezegging. Het eerste geval kan betekenen dat de deelne-mers genoegen nemen met een soberder of onzekerder pensioen; het tweede geval dat bijvoorbeeld de pensioenpremies worden verhoogd.

    Opvallend is dat de gedachtevorming bij dergelijke keuzes veelal plaatsheeft vanuit archetypische modellen. Ten aanzien van de toezegging overheerst de tegenstelling defi ned benefi t (db) versus defi ned contribution (dc). Vanuit de fi nancieringswijze do-

    1970 75 80 85 90 95 2000 05

    20

    40

    60

    80

    100

    120

    Grafi ek 1.2 Balanstotaal Nederlandse pensioenfondsenPercentage bbp

    Bron: dnb.

  • 9

    De houdbaarheid van het Nederlandse pensioenstelsel

    mineren de termen kapitaaldekking en omslag (zie begrippenlijst in bijlage d). De praktijk is evenwel dat deze zuivere vormen niet bestaan. Wie een arbeidscontract sluit met een pensioenregeling krijgt in juridische zin geen separaat pensioencon-tract. Doorgaans is sprake van een pensioentoezegging, geformuleerd als het opbou-wen van een aanspraak op een toekomstige uitkering. Die aanspraak omvat meestal ook voorwaardelijke elementen, bijvoorbeeld ten aanzien van de waardevastheid van het pensioen (Knot en Broeders, 2005). Ook het onderscheid tussen kapitaal-dekking- en omslagstelsel is niet altijd even scherp te maken. Indien bijvoorbeeld een dekkingstekort volledig wordt gerepareerd door de premies te verhogen, dan vindt in wezen omslag plaats waarbij de aanpassingslast wordt neergelegd bij de actieve deelnemers.

    Uit deze eerste beschouwingen blijkt al dat de pensioenmaterie zowel complex als veelzijdig is. Dit geldt ook voor de wisselwerking tussen het pensioenstelsel en de rest van de economie. Aanpassingen van onderdelen van het systeem werken im-mers door op het geheel. Zo is de governance-structuur van pensioenfondsen me-debepalend voor de intergenerationele solidariteit, heeft de premiestelling gevolgen voor de bestedingen e

Recommended

View more >