Een rijk geschakeerd palet

  • Published on
    25-Aug-2016

  • View
    212

  • Download
    0

Embed Size (px)

Transcript

  • De professionele autonomie van de arts indiens klinisch werk, of juist de mogelijkeaantasting daarvan, heeft de Nederlandsegemoederen flink bezig gehouden. Hoeonafhankelijk mogen en moeten weten-schappers en artsen zijn als het gaat omhet nemen van beslissingen over het wel-zijn van patinten? Het kabinet Balken-ende IV wist een dreigende breuk in decoalitie hierover tijdig te voorkomennadat staatssecretaris Bussemaker goed-bedoeld het Academisch ZiekenhuisMaastricht de hand boven het hoofd hadgehouden bij de selectie van embryos ingeval van erfelijke borst- en ovariumkan-ker. Zij werd prompt teruggefloten doorhaar christelijke coalitiegenoten. HetTMO-nummer dat u nu onder ogen heeft,werpt een blik op de professionele auto-nomie van artsen. De actieve groep stu-denten geneeskunde die het KNMG Stu-dentenplatform vormen zijnde eenlandelijke en onafhankelijke belangenbe-hartiger van studenten geneeskunde inNederland toont aan dat een meerder-heid van de door hen bevraagde aanko-mende artsen deze autonomie een abso-lute voorwaarde noemt voor het adequaatkunnen uitoefenen van het artsenberoep.Opvallende nuancering was dat de man-nelijke ondervraagden de vraag hieroversignificant vaker beaamden dan hunvrouwelijke collegas. Het gaat bij profes-sionele autonomie om vrijheid vanoordeelsvorming van de arts om () zon-der inmenging van derden () te komentot diagnosestelling en advisering over be-handeling en/of () interventies, waarbijinbegrepen het onderzoeken, het geven

    van raad met als doel de beschermingen/of verbetering van de gezondheidstoe-stand van de patint. Voorwaar een uit-gangspunt dat overeenstemt met de gede-gen en brede opleiding die afstuderendeartsen in Nederland en Vlaanderen heb-ben doorlopen, en met de beroepsmatigeverantwoordelijkheid die van oudsher bijhet beroep hoort. Een ongelukkige bij-komstigheid bij de periodieke enqutesvanuit dit KNMG Studentenplatform ishet lage responspercentage. Volgens destatistieken waren ten tijde van het onder-zoek 17.112 studenten in opleiding totarts in Nederland, van wie er 6.216KNMG studentlid waren. Aan deze laatstegroep is een enqute gestuurd die door32,5% werd ingevuld. Maar, afgezet tegenhet totaal aantal studerenden komt de re-spons uit op 11,6%, waarbij ik dan evenvoorbijga aan een mogelijke selectiebiasten gevolge van het KNMG-lidmaatschap.De lage responspercentages doen de vraagrijzen in hoeverre resultaten verkregen uitdeze enqutes generaliseerbaar zijn.Maar, de onderzoekers hebben wellichtgedacht: als het niet kan zoals het moet,dan moet het maar zoals het kan, en debevindingen van hun onderzoek zoudenin elk geval voor het kabinet aanleidingmoeten zijn uiterste terughoudendheid tebetrachten voordat zij achter de deur vande spreekkamer willen meebeslissen overwat medisch gezien wel en niet wenselijkis voor individuele patinten.

    Wat kunt u nog meer verwachten in ditnummer? Dat mannen en vrouwen aan-zienlijk verschillen in appreciatie van deberoepskenmerken van artsen. Radema-

    Redactioneel

    Tijdschrift voor Medisch Onderwijs, september 2008 | Vol. 27, nr. 4, p. 163-165

    163

    Een rijk geschakeerd palet

    08351 TMO nr4 2008_binnenwerk.qxd:07506 TMO nr5 2007_bi#5788D.qxd 26-08-2008 11:39 Pagina 163

  • 164 Redactioneel

    kers en haar collegas komen tot opmerke-lijke resultaten die wellicht de gangbarestereotypien rondom vrouwelijke enmannelijke artsen bevestigen, maar ookopnieuw aantonen dat in de klinische faseeen vermindering in care- gerichtheidontstaat en dat dit met name bij vrouwenhet geval is. Komt dat doordat de rolmo-dellen in die fase nog voornamelijk vanhet mannelijk geslacht zijn en deze als zo-danig een masculinisering teweegbren-gen? Of gaat het in de klinische fase van deopleiding om de harde feiten waar je alsaankomend arts op wordt afgerekend, enniet zozeer om de meer humanitaire as-pecten van de beroepsuitoefening? Ver-meld moet worden dat de gegevenswaarop de auteurs zich baseren daterenvan zes jaar geleden. Hopelijk kunnen wespoedig een meer actuele stand van zakenvan deze verschuivingen tegemoet zien.Immers, met de huidige toegenomen aan-dacht voor de persoonlijke ontwikkelingvan studenten geneeskunde, wordt niet al-leen de vraag relevant welke gevolgen in-dividuele veranderingen met zich mee-brengen, maar ook wat er in deopleidingen kan en moet worden gedaanom ongewenste en/of ongewilde verande-ringen in beroepshouding voor te zijn ofbij te sturen.

    En waar zul je dan je verbeteringenzeker ook willen aanbrengen, mede in hetlicht van het competentiegerichte lerendat niet onopgemerkt zijn intrede heeft ge-daan? Bij de vervolgopleidingen die deaankomende generatie opleiders gaatklaarstomen voor de komende decennia.In Noord-Oost Nederland weten ze in ditverband wel van aanpakken. Met de Kin-dergeneeskunde en Obstetrie & Gynaeco-logie als speerpunten beschrijven Jippes etal. de invoering van hun vernieuwde spe-cialistenopleiding inclusief docentprofes-sionalisering, portfolios en E-learning.Hopelijk wordt in al deze vernieuwings-

    drang de individuele arts in opleiding totspecialist en diens persoonlijke groei enontwikkeling niet uit het oog verloren. Te-recht merken de auteurs op dat grondigewijzigingen gemakkelijk op weerstandkunnen stuiten, en dat succesvolle imple-mentatie staat of valt bij het enthousiasmevan de professionals op de werkvloer.

    Wat voor wensenlijstjes bestaan er nogmeer? In een eerder redactioneel is al eensde invoering van onderwijs in de humani-ties bepleit, in het voorliggende TMOwordt door huisarts Van Dijk en zijn colle-gas een lans gebroken voor het gestructu-reerd aandacht besteden aan complemen-taire geneeswijzen in de basisopleiding.Binnen de opleidingen aan vrijwel alle Ne-derlandse faculteiten wordt dit onderwerpaan de orde gesteld, hetzij in keuzeonder-wijs, hetzij in een meer verplichtendevorm, met een omvang die varieert vann college tot vier weken full time. Daar-mee loopt Nederland in de pas met de Ver-enigde Staten en Canada, en zelfs voor opandere landen uit de Europese Unie. Des-alniettemin pleiten de schrijvers voor hethonoreren van de wens van vele patintendat artsen tenminste een goed advies kun-nen geven bij hun zoektocht naar eventu-ele behandeling en genezing met acu-punctuur, homeopathie of alternatievege nees wijzen. Het ligt voor de hand aan-staande artsen tenminste op de hoogte tebrengen van hetgeen op dit gebied in Ne-derland te koop is, al was het maar omvoor henzelf te kunnen nagaan in hoe-verre zij binnen de genoemde mogelijkhe-den het kaf van het koren kunnen schei-den en patinten waar mogelijk steunkunnen bieden en kunnen beschermentegen kwakzalverij. Zo kunnen artsen pro-fessioneel autonoom blijven en vanuithun eigen kennis en kunde hun patintenoptimaal adviseren.

    Een referaat van Custers betreft recentestudies van Woods et al. naar rol en func-

    Een rijk geschakeerd palet | B. Bonke

    08351 TMO nr4 2008_binnenwerk.qxd:07506 TMO nr5 2007_bi#5788D.qxd 26-08-2008 11:39 Pagina 164

  • tie van de basisvakken (de biomedischekennis) voor het correct diagnosticerenvan ziekten. Het ligt genuanceerd, zo laatCusters zien aan de hand van enkele we-tenschappelijke studies over de mogelijkindirecte rol die de basisvakken spelen. Deconclusie van de onderzoekers dat een-voudige causale verbanden tussen klini-sche verschijnselen voldoende zijn voorstudenten om bepaalde ziekten en symp-tomen met elkaar in verband te brengenwordt kritisch onder de loep genomen.Het referaat vecht conclusies aan, maar iswellicht vooral een stimulans voor onze le-zers om zelf de bronnen te bestuderen engefascineerd te worden door empirischwetenschappelijk onderzoek op dit gebied.

    Ten slotte wordt in onze speciale ru-briek de aandacht gericht op het kind inde schilderkunst, niet alleen qua verschij-ningsvorm, emotie, innerlijk vaak zofraai uitgebeeld maar ook op hettreffend weergeven wat ziekte met eenkind doet. De redactie hoopt u met ditTMO-nummer opnieuw een rijk gescha-keerd palet aan te bieden!

    Benno Bonke

    Redactioneel

    Een rijk geschakeerd palet | B. Bonke

    165

    08351 TMO nr4 2008_binnenwerk.qxd:07506 TMO nr5 2007_bi#5788D.qxd 26-08-2008 11:39 Pagina 165