Eindopdracht PPo Tweede semester DT3 ??  Web viewGeert KrijbolderFontys ABVPPO DT3. Geert Krijbolder. Fontys ABV. PPO DT3. Eindopdracht PPo Tweede semester DT3. Eindopdracht PPo

  • View
    215

  • Download
    0

Embed Size (px)

Transcript

Eindopdracht PPo Tweede semester DT3

Eindopdracht PPO tweede semester DT3

G.Krijbolder

(Geert KrijbolderFontys ABVPPO DT3) (Eindopdracht PPo Tweede semester DT3)

Inhoudsopgave

Inleidingblz. 2

Omgangsrelatie met leerlingenblz. 3-4

Groepsontwikkeling en groepsvormingblz. 5-6

Pesten op schoolblz. 7-8

Inleiding

Als eerste zal ik een beschrijving geven van mijn werkomgeving wat tevens ook mijn stage is, en daarnaast mijn functie en werkzaamheden. Ik werk op de Praktijkschool Breda, dit is een school voor speciaal onderwijs. Het is vergelijkbaar met een VMBO school alleen op een heel laag niveau. Je moet jezelf voorstellen dat het grootste deel van de leerlingen een IQ van tussen de 60 en de 80 heeft. Het taal en reken niveau ligt op ongeveer groep zeven acht. De meeste leerlingen op mijn werk zullen op taal en reken gebied zelfs in het laatste schooljaar als ze achttien zijn niet het niveau van een gemiddelde groep acht leerling bereiken. Het doel van onze school is leerlingen begeleiden naar werk. Het grootste deel van onze leerlingen zullen dan ook uitstromen naar werk als ze bij ons de school verlaten. Een klein deel gaat naar de werkvoorziening en een nog kleiner deel zal doorstomen naar MBO niveau 2.

Mijn functie is officieel onderwijsassistent, maar in de praktijk komt het er op neer dat ik een deel van mijn lessen zelfstanding hele klassen draai. Mijn werkzaamheden bestaan voor het grootste deel uit lesgeven, zoals gezegd aan hele klassen, daarnaast draai ik ook lessen samen met een collega, dit zijn voornamelijk praktijklessen. Ook heb ik een aantal uur in de week dat ik lessen draai met kleine groepen, dan moet je denken aan een stuk of zes leerlingen. De lessen die ik dit jaar geef zijn: computerles, koken, dienstverlening, huisadministratie en verder als het nodig is invallessen bij alle andere vakken.

De rede dat ik voor de onderwerpen groepsontwikkeling, omgangsrelatie en pesten heb gekozen is omdat deze onderwerpen het dichtst bij mijn dagelijkse praktijk liggen.

Misschien moet ik nog even wat vertellen over de leraar leerling relatie op mijn school. De leerlingen op mijn school staan veel dichter bij de leraar dan op scholen in het regulier onderwijs. Ik heb ook op een VMBO school gewerkt en daar heb je natuurlijk ook veel contact met leerlingen maar dat is toch wat afstandelijker en zakelijker dan bij ons op school. Wat mij gelijk opviel toen ik op mijn school begon met werken is dat leerlingen heel veel naar je toe komen om te kletsen of problemen met je te delen. Soms gaan leerlingen zelfs aan je hangen als je niet uitkijkt omdat ze veiligheid en geborgenheid te kort komen. Veel leerlingen komen uit een sociaal wat achtergesteld milieu, en daarnaast zijn er vaak problemen thuis waardoor sommige leerlingen niet meer thuis wonen. Een beetje kort door de bocht gezegd zijn de meeste leerlingen bij ons op school zorgleerlingen en is er op veel gebieden wat aan de hand. Een aantal voorbeelden zijn: sociale problemen, leerproblemen, gedragsproblemen, ADHD, autisme, gezinsproblemen, enz.

Dit alles benvloed het contact dat je hebt met een leerling zowel binnen als buiten de klas. Aangezien de leerlingen op onze school allemaal moeite hebben met leren wordt hierop ook niet de nadruk gelegd. Het pedagogische aspect van het werk dat wij op onze school doen voert dan ook de boventoon.

Omgangsrelatie met leerlingen

Zoals ik in de inleiding al beschreven heb is de leraar leerling relatie op mijn werk behoorlijk intensief. Dit komt deels door het type leerling en omdat er op mijn school een grote nadruk op het pedagogische aspect wordt gelegd. Inmiddels kan ik over het algemeen met het grootste deel van onze leerlingen goed overweg maar ik heb dit wel moeten leren.( en ook mijn gedrag moeten aanpassen) Toen ik op mijn school begon met werken heb ik best een tijd moeten wennen aan het type leerling. Ik had ook mijn gedrag ten opzicht van leerlingen van mijn vorige baan meegenomen, en dit werkte niet goed. Er ontstonden conflictsituaties die achteraf eigenlijk onnodig waren, maar daar heb ik wel van geleerd. Als ik in het begin van mijn werk de roos van Leary het gemaakt dan was ik meer aan de linkerkant terecht gekomen. Toen wij in de les PPO de roos hadden gemaakt vond ik de uitslag wel opvallend, maar niet geheel onverwacht. Na het lezen van de theorie en het bekijken van de verschillende gedragingen kan ik mezelf er goed in vinden en denk ook dat het bij ons op school een positieve invloed heeft op leerlingen. Zie hieronder mijn uitslag van mijn test.

Ik zal aan de hand van een voorbeeld duidelijk maken hoe ik mijn gedrag heb aangepast ten opzichte van leerlingen. De theorie achter de roos van Leary heeft mij meer inzicht gegeven in mijn eigen gedrag. Het is best lastig om jezelf te analyseren omdat je soms niet in de gaten hebt dat je eigen gedrag grote invloed heeft op dat van leerlingen. De roos van Leary geeft je meer inzicht in je eigen persoonlijke stijl van omgaan met leerlingen. Het inzicht in je gedragingen is niet genoeg om beter te functioneren, daarnaast is de ervaring die je opdoet van essentieel belang. Zelf vind ik de reflectie samen met collegas ook erg verhelderend omdat zij je vaak goede tips kunnen geven om je werk beter te kunnen doen.

Ik moet eerlijk zeggen dat vooral de conflictsituaties die je hebt met leerlingen mij het meest bijblijven. Toen ik begon met werken op mijn school kwam dit wel eens voor, en had ik hierop ook niet altijd het juiste antwoord. Soms werd ik ook erg kwaad, misschien wel terecht, maar dit kost heel veel energie en levert nauwelijks iets op. Sommige leerlingen kunnen het bloed onder je nagels vandaan halen. Zo had ik afgelopen jaar een jongen in klas die erg vervelend, zelfbepalend en obstinaat in de klas aanwezig was. In het begin van het schooljaar heb ik op een aantal manieren geprobeerd hem in het gareel te krijgen, met wisselend succes.

Wat mij is opgevallen dat als ik het tegenovergestelde doe (zie roos van Leary) van de gedraging van deze leerling dat hij dan veel minder in de tegen aanval ging. Je bent geneigd om tegengas te geven als zon leerling een grote mond heeft of vervelend gedrag vertoont. In het begin van het schooljaar is het een paar keer tot een confrontatie gekomen. (tegenboven) Dit had uiteindelijk niet veel succes en het zorgde ook niet voor een betere verhouding. In de tussentijd heb ik wel een aantal keer een gesprek met hem gehad, en als ik dan alleen met deze leerling was dan is hij op zich wel voor rede vatbaar maar zijn gedrag in de klas verbeterde hier nog niet echt door. Buiten de klas kon ik overigens goed met deze jongen opschieten en hij komt in de pauze ook vaak een praatje met mij maken, maar in de klas was dit een heel ander verhaal. Gaandeweg het schooljaar ben ik zijn gedrag steeds meer gaan negeren en een aantal keer heb ik hem uit de les verwijderd omdat hij te veel onrust veroorzaakte. Dit deed ik wel op een rustige manier zodat er geen conflict ontstond. Een keer is het behoorlijk uit de hand gelopen. De leerlingen moesten een CITO test maken en deze jongen protesteerde hier op een heftige manier tegen. Ik heb hem uitgelegd waarom ze deze test moeten maken, maar hij was niet voor rede vatbaar en hij liep na een hoop stampij de klas uit. Hij heeft toen ook een aantal opmerkingen tegen mijn persoon gemaakt waar ik niet blij mee was. Ik kan best ergens tegen en als iemand boos wordt zegt hij wel eens dingen die eigenlijk niet kunnen. Vooral omdat het tegen mijn persoon was gericht heb ik zijn ouders opgebeld en verteld wat er gebeurd was. Hij heeft ook straf gekregen zowel thuis als op school en dit is wel een omslagpunt geweest in zijn gedrag. Ik ben er toen ook achter gekomen dat hij heel erg dyslectisch is. Waarschijnlijk was dit de rede dat hij zo protesteerde tegen de CITO test omdat je bij zon test erg veel moet lezen. Ik heb met hem hierover een gesprek gehad en gevraagd of ik hem hiermee kan helpen. Hij heeft hierover nogal wat schaamte. Ik ben zelf ook een beetje dyslectisch dus daarmee had ik wel een ingang om met hem tot een betere relatie te komen.(samen-helpend) Je vraagt jezelf misschien af waarom ik niet wist dat hij dyslectisch is. Ik heb deze leerling maar een uur in de week en ben ook geen mentor. Het is bij ons op school een beetje een discussie punt of je het dossier van leerlingen moet lezen of niet. De een zegt van wel omdat.en de ander zegt van niet omdat.? Ik lees af en toe wel het leerling volg systeem van bepaalde leerlingen om een beetje op de hoogte te blijven van wat er speelt.

Uiteindelijk is de relatie met deze jongen in de loop van het schooljaar verbeterd en gaat het nu goed in de les. Hij heeft nog wel eens zijn gekke vijf minuten maar dan is hij goed aanspreekbaar en bij te sturen. (samen-leidend)

Ik moet bij dit verhaal nog wel wat toevoegen, het is zo dat ik veel groepen maar n of twee uur in de week lesgeef. Dit heeft tot gevolg dat het langer duurt voordat ik een stabiele situatie kan bereiken waarin op een fijne productieve manier kan worden gewerkt. In vergelijk met bijvoorbeeld een mentor die zijn klas twaalf uur in de week lesgeeft, wordt dit punt veel eerder bereikt. Wat ik een beetje van collegas hoor is dat het tot na de kerstvakantie duurt voordat de fases, forming, norming en storming zijn doorlopen. Zij hebben hun klas dan vier maanden oftewel bijna 180 uur lesgegeven. In vergelijk heb ik zon klas maar 16 uur in de klas gehad. Dit is een gegeven dat het lastiger maakt om grip op een groep te krijgen. Hier kom ik in het volgende hoofdstuk groepsontwikkeling en groepsvorming op terug.

Groepsontwikkeling en groepsvorming

Zoals ik al in het vorige hoofdstuk heb aangegeven ben ik geen mentor en heb ik het grootste deel van de klassen die ik lesgeef maar n twee uur in de week. Ik geef les in