File 1445589300

  • View
    213

  • Download
    0

Embed Size (px)

DESCRIPTION

http://wbooks.com/media/custom/upload/File-1445589300.pdf

Transcript

  • De derde stad van H

    ollandgesch

    iedenis van delft tot 1795

    ger

    rit ver

    hoeven

    De derde stad van HollandVoor het eerst is de geschiedenis van de stad Delft in zijn geheel beschreven. Dit deel begint met het ontstaan van de stad in de middeleeuwen en loopt tot het einde van deRepubliek in 1795. In deze periode gold Delft als derde stad van Holland, na Dordrechten Haarlem, maar vr Leiden, Amsterdam en Gouda. In Delft nam de Hollandse ge-schiedenis enkele malen een beslissende wending. De Hoekse en Kabeljauwse twis-ten begonnen hier in 1350 met een brute moord. Bij de Zoen van Delft droeg Jacoba vanBeieren in 1428 de regering over aan de hertog van Bourgondi. In de beginjaren van deOpstand tegen Spanje was Delft als residentie de bakermat van de Republiek der ZevenVerenigde Nederlanden. De moord op Willem van Oranje in het Prinsenhof in 1584 be-tekende het begin van de traditie dat de Oranjes worden bijgezet in de Nieuwe Kerk inDelft. De Oude Kerk werd de begraafplaats van Piet Hein en Maarten Harpertsz Tromp.

    Delft was ook de stad van bier en plateel, van de VOC en beroemde schilders. In de mid-deleeuwen voorzagen meer dan honderd brouwerijen grote delen van de Nederlandenvan bier. De vermogens die hiermee werden verdiend, werden onder meer belegd in dehandel op de Oost. In de zeventiende eeuw verwierf het Delftse aardewerk een faam diehet tot de dag van vandaag behouden heeft. De welvaart zorgde voor een korte maar hevige bloei van kunsten en wetenschappen, met Johannes Vermeer en Antoni vanLeeuwenhoek als beroemdste vertegenwoordigers.

    Dit boek vertelt het hele verhaal, over rijken en armen, protestanten en katho lieken, geboren Delvenaren en van elders afkomstige Delftenaren. Wetenschappelijk verant-woord en leesbaar voor iedereen. Vol nieuwe inzichten en met honderden, soms nooiteerder gepubliceerde afbeeldingen.

    ISBN 978 94 625 8093 0

    1De derde stadvan Hollandgeschiedenisvan delft tot 1795

    gerrit verhoeven

    1

  • 1De derde stadvan HollandgescHieDenisvan Delft tot 1795

    gerrit verHoeven

  • inleiDing

    Over tal van aspecten van het Delftse verleden zijn deelstudies verschenen, maar van een integrale geschiedenis is het nooit gekomen. De bekende werken van Dirk van Bleyswijck uit1667-1680 en Reinier Boitet uit 1729 zijn zoals hun titels aangeven in de eerste plaats stads-beschrijvingen. Ook na hen heeft niemand een totaaloverzicht van de geschiedenis van Delftgeschreven. De meest geslaagde poging om in deze lacune te voorzien, kwam van D. Wijben-ga, die helaas bleef steken in 1795. In een stijl die zijn achtergrond als schoolmeester verraad-de, publiceerde hij tussen 1984 en 1993 in drie delen Delft, een verhaal van de stad en haar bewoners.Ook deze titel spreekt boekdelen: hij vertelde verhalen, zonder wetenschappelijke pretenties.Maar al ontbreekt annotatie, ze zijn doorgaans goed gefundeerd. Ondanks de gedragen toonzijn ze nog altijd lezenswaardig, onder meer omdat Wijbenga vaak koos voor het gezichts-punt van gewone mensen.

    Nu kan dan eindelijk een stadsgeschiedenis van Delft worden toegevoegd aan de lange rijvan soortgelijke werken die de laatste decennia werden gewijd aan andere steden. Dit eerstedeel beslaat de periode tot 1795. In dat jaar kwam een einde aan de Republiek der Zeven Ver-enigde Nederlanden en daarmee ook aan de positie van Delft als derde stad van Holland.Sinds de middeleeuwen had het die plaats in de rangorde van de stemhebbende steden be-kleed, na Dordrecht en Haarlem, maar voor Leiden, Amsterdam en Gouda. Met opzet is ervoorgekozen om aan de jongere geschiedenis een apart deel te wijden, geschreven door Ingrid vander Vlis. Dat zal zelfs doorlopen tot het begin van de 21ste eeuw, want de meest recente ver-anderingen die Delft doormaakt, zijn het waard om te worden geplaatst in het perspectief vande lange termijn.

    Het werk aan deze stadsgeschiedenis is in 2012 gestart met de bedoeling een overzicht tebieden van bestaande kennis. Vanaf het begin stond echter vast dat op tal van onderdelenbronnenonderzoek noodzakelijk zou zijn, bij gebrek aan voorstudies. Met name de middel-eeuwse geschiedenis van Delft is stiefmoederlijk bedeeld, onder meer omdat het stadsarchiefbij de brand van 1536 grotendeels verloren is gegaan. Met de nodige omtrekkende bewegin-gen via archieven buiten Delft is geprobeerd dit gemis zo goed mogelijk te compenseren. Ookin de historiografie van jongere perioden bestaan echter enorme gaten, die uiteraard lang nietallemaal konden worden gedicht in het kader van dit boek. Er is dan ook uitdrukkelijk niet ge-streefd naar de per definitie onbereikbare compleetheid. Het is te hopen dat wat nu bijeen isgebracht samen met wat bedoeld of onbedoeld buiten beschouwing is gebleven, bijdraagtaan een onderzoeksagenda voor de geschiedenis van Delft. Die zou erop gericht moeten zijnom niet alleen lacunes te vullen, maar ook om grote lijnen scherper te definiren.

    Dit deel bevat vijf hoofdstukken, elk voorafgegaan door een speciaal gemaakte foto dielaat zien hoe het materile of immaterile erfgoed uit het hierin behandelde tijdperk vandaagde dag functioneert. De jaartallen achter de hoofdstuktitels zijn slechts bedoeld als indicatie,want in de praktijk zijn de grenzen vloeiend. Er is niet gekozen voor een strikt thematisch-chronologische indeling per periode, maar voor een meer biografische aanpak. Dit kan be-tekenen dat sommige onderwerpen al eerder of pas later aan de orde komen dan de hoofd-

    10

  • stukaanduiding suggereert. Om een voorbeeld te geven: de ontwikkelingen in de natuurwe-tenschappen in de eerste helft van de zeventiende eeuw komen pas aan de orde in het laatstehoofdstuk, dat begint in 1672. Daar worden zij behandeld in samenhang met onder meer decultuur van het verzamelen, gezondheidszorg en onderwijs. Deze keuze is gemaakt in functievan het betoog, gecentreerd rond de in dit opzicht meest prominente Delvenaar: Antoni vanLeeuwenhoek, die in 1680 lid werd van de Royal Society. Andere indelingen waren evengoedmogelijk en verdedigbaar, want de stadsgeschiedenis bestaat niet.

    Bij het voltooien van dit boek bedank ik graag allen die een bijdrage hebben geleverd aan detotstandkoming. Het bestuur van de Stichting Geschiedschrijving Delft verdient alle lof om-dat het erin is geslaagd het project stadsgeschiedenis organisatorisch en financieel van degrond te krijgen in een tijd van crisis. Het heeft ons als auteurs de ruimte en het vertrouwengegeven om het werk in alle vrijheid te verrichten. Er was altijd begrip, steun en een oplossingals zich onverwachte zaken voordeden. De samenwerking was in alle opzichten plezierig.

    De eindverantwoordelijkheid voor dit deel berust bij ondergetekende. Op onderdelen zijnechter fundamentele bijdragen geleverd door anderen. De beeldredactie was in handen vanEelco Beukers, die ook een belangrijk aandeel had in de bijschriften. Mede namens Eelco be-dank ik Ilse Boks, Lotte Heldoorn, Annika Hendriksen en Rien de Koster voor hun medewer-king bij de illustratie van dit boek.Thijs Tuurenhout maakte de fotos die aan elk hoofdstukvoorafgaan. Archeoloog Epko Bult legde de basis voor de eerste paragrafen en zijn collegaSteven Jongma verzorgde diverse reconstructies, kaarten en andere illustraties. Bart Ibelingsverschafte onmisbare informatie op het gebied van de middeleeuwse economische geschie-denis. De medivisten Mario Damen, Michel van Gent en Hans Smit hielpen mij aan soms vol-strekt onbekende bronnen. Hugo van der Velden zorgde voor de afbeelding die is opgenomenop bladzijde 85.Uit Delftse kringen ontving ik suggesties van Jacques Moerman, Aart Struijken Wim Weve. Kees van der Wiel becommentarieerde alle teksten en stelde voor de hoofdstuk-ken 4 en 5 ruimhartig cijfermateriaal ter beschikking. Ook Ingrid van der Vlis droeg bij aandeze hoofdstukken, onder meer om de afstemming met het tweede deel soepel te laten verlo-pen, en aan de bijschriften bij de illustraties. Bas van der Wulp was steeds bij de hand om allemogelijke vragen nagenoeg per omgaande te beantwoorden, bronnen te checken en concept-teksten kritisch tegen het licht te houden. In hem bedank ik al zijn collegas van Archief Delft,Archeologie Delft en Museum Prinsenhof die op de een of andere wijze hebben meegewerkt.

    De krant Delft op Zondag bood de gelegenheid om maandelijks verslag te doen van de vor-deringen. Onder meer uit de talloze reacties op deze columns bleek duidelijk hoeveel mensenuitzagen naar dit boek. Ik dank allen voor het geduld dat zij hebben opgebracht en hoop dathet resultaat het wachten waard was.

    Gerrit Verhoeven

    11inleiding

  • Delft wordt stad(vanaf het begin tot 1359)1

  • Delft kreeg stadsrecht in 1246. Het zinnetje is in allerlei varianten opgeschreven, maar watstaat er precies? Wat wordt bedoeld met Delft? Hoe groot was het en hoeveel mensen woon-den er? Woonden die er al lang? Van wie kregen ze stadsrecht en waarom? Op sommige vra-gen kunnen we antwoord geven dankzij schriftelijke bronnen. Dat is op zich al een wonder,want door een grote brand in 1536 is bijna het hele stadsarchief van Delft verloren gegaan. Al-leen een kist met de belangrijkste stukken overleefde de brand, omdat die was opgeborgen inde toren van de Oude Kerk. Over heel veel onderwerpen uit de vroege geschiedenis van Delfthebben we dus geen schriftelijke bronnen. Sommige andere steden hebben prachtige seriesmet besluiten van het stadsbestuur, jaarrekeningen of vonnissen van het gerecht. In Delftmoeten we het doen met een beperkt aantal charters. Hoe waardevol die soms prachtig ge-schreven en bezegelde perkamenten oorkonden ook zijn, ze vertellen maar een fractie van hetverhaal. De gaten in onze kennis moeten we opvullen met andere bronnen. Voor de vroegstetijd, waarin sowieso weinig of niets schriftelijk werd vastgelegd, kunnen we een beroep doenop het bodemarchief. Archeologen hebben dankzij opgravinge