Nietzsche en Boeddha - Nietzsche and Buddha

  • Published on
    16-Mar-2017

  • View
    219

  • Download
    4

Embed Size (px)

Transcript

  • This article was downloaded by: [York University Libraries]On: 11 November 2014, At: 21:16Publisher: RoutledgeInforma Ltd Registered in England and Wales Registered Number: 1072954Registered office: Mortimer House, 37-41 Mortimer Street, London W1T 3JH,UK

    Bijdragen: International Journalfor Philosophy and TheologyPublication details, including instructions for authorsand subscription information:http://www.tandfonline.com/loi/rjpt19

    EEN KRITISCHE VERGELIJKINGVAN TWEE LEVENSFILOSOFIENBART ENGELEN aa Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de K.U.LeuvenPublished online: 26 Apr 2013.

    To cite this article: BART ENGELEN (2006) EEN KRITISCHE VERGELIJKING VAN TWEELEVENSFILOSOFIEN, Bijdragen: International Journal for Philosophy and Theology,67:3, 288-308

    To link to this article: http://dx.doi.org/10.2143/BIJ.67.3.2017727

    PLEASE SCROLL DOWN FOR ARTICLE

    Taylor & Francis makes every effort to ensure the accuracy of all theinformation (the Content) contained in the publications on our platform.However, Taylor & Francis, our agents, and our licensors make norepresentations or warranties whatsoever as to the accuracy, completeness,or suitability for any purpose of the Content. Any opinions and viewsexpressed in this publication are the opinions and views of the authors, andare not the views of or endorsed by Taylor & Francis. The accuracy of theContent should not be relied upon and should be independently verified withprimary sources of information. Taylor and Francis shall not be liable for anylosses, actions, claims, proceedings, demands, costs, expenses, damages,and other liabilities whatsoever or howsoever caused arising directly orindirectly in connection with, in relation to or arising out of the use of theContent.

    This article may be used for research, teaching, and private study purposes.Any substantial or systematic reproduction, redistribution, reselling, loan,

    http://www.tandfonline.com/loi/rjpt19http://dx.doi.org/10.2143/BIJ.67.3.2017727

  • sub-licensing, systematic supply, or distribution in any form to anyone isexpressly forbidden. Terms & Conditions of access and use can be found athttp://www.tandfonline.com/page/terms-and-conditions

    Dow

    nloa

    ded

    by [

    Yor

    k U

    nive

    rsity

    Lib

    rari

    es]

    at 2

    1:16

    11

    Nov

    embe

    r 20

    14

    http://www.tandfonline.com/page/terms-and-conditions

  • Bijdragen, International Journal in Philosophy and Theology 67(3), 288-308. doi: 10.2143/BIJ.67.3.2017727 2006 by Bijdragen, International Journal in Philosophy and Theology. All rights reserved.

    NIETZSCHE EN BOEDDHA

    BEN KRITISCHE VERGELUKING VAN TWEELEVENSALOSOAEEN

    BART ENGELEN

    "Ich konnte der Buddha Europas werden: was freilich ein Gegenstiick zurn indischen wiire"

    (Nietzsche, Colli & Montinari 1967-1995: Vll, I; 4 [2])

    In bet werk van Friedrich Nietzsche komen heel wat citaten voor die impliciet of expliciet handelen over Boeddha of bet boeddhisme. Net zoals bij andere thema's uit zijn werk, blijken zijn opmerkingen ambigu of zelfs contradicto-risch te zijn. Om wat meer duidelijkheid te creeren, geef ik in bet eerste deel van dit artikel een algemene interpretatie van Nietzsches waardering van bet boeddhisme. Vervolgens werk ik dit verder uit met behulp van een grondige analyse van zijn werk 'Die frohliche Wissenschaft'. Hieruit blijkt dat Nietzsche enerzijds een zekere sympathie heeft voor bet boeddhisme, maar bet ander-zijds toch sterk bekritiseert (tweede deel). Ik probeer bier eveneens aan te tonen dat Nietzsche de boeddhistische leerstellingen niet altijd juist heeft gei"nterpre-teerd. Op die manier wordt duidelijk in bet derde en laatste deel dat Nietzsche, in zijn strijd tegen een vermeend boeddhisme, erg dicht komt bij bet eigenlijke boeddhisme (Morrison 1999, 63; Vink 1990, 128).

    1. Algemene vergelijking van de filosofieen van Nietzsche en bet boeddhisme

    De meest gangbare lezing van de filosofieen van Nietzsche en bet boeddhisme plaatstdezetegenoverelkaar(Morrison 1999, 7-21; Russell1990, 737-739)1.

    1 Een vergelijking tussen de filosofieen van Nietzsche en het boeddhisme is echter niet vanzelf-sprekend. Terwijl Nietzsches werk gekenmerkt wordt door allerlei ambigu"iteiten en contradicties, bestaat ook het boeddhisme niet uit een homogeen geheel van leerstellingen. Zo zijn er verschillende boeddhistische stromingen, waaronder de Theravada-stroming, die stelt dat slechts enkele monniken de verlossing kunnen bereiken, en de Mahayana-stroming, die stelt dat iedereen bevrijd kan worden

    Dow

    nloa

    ded

    by [

    Yor

    k U

    nive

    rsity

    Lib

    rari

    es]

    at 2

    1:16

    11

    Nov

    embe

    r 20

    14

  • Bart Engelen 289

    Het boeddhisme is een religie die streeft naar het uitschakelen van het wereldse lijden door het nirvana te bereiken. Een dergelijke verwerping van het leven als lijden vormt een negatief ideaal. Nietzsche zou dan het tegendeel verdedi-gen, namelijk dat het lijden op geen enkele manier kan of moet uitgeschakeld worden. Hij omhelst een positief ideaal van een vreugdevol "Ja zum Leben" dat het leven als lijden bevestigt en zelfs wil. Zo omschrijft Nietzsche het boeddhisme als een negatie van de wil (GT 7) en een verlangen naar het Niets (GT 21). Op meerdere plaatsen verwerpt hij inderdaad een dergelijke esca-pistische levenshouding (Morrison, 1999, 24). Maar Nietzsches waardering van het boeddhisme is meer ambigu dan deze interpretatie suggereert. Zo stelt hij bijvoorbeeld dat het boeddhisme weliswaar gegroeid is vanuit een afkeer van het leven, maar toch superieur is aan het christendom, omdat het geen beroep doet op een moraal die gebaseerd is op een Godsgeloof (M 96). Deze ambigu"iteit wordt bondig uitgedrukt in het postuum gepubliceerde ope-ningscitaat. Enerzijds vergelijkt Nietzsche hier zijn eigen rol in de Europese cultuur met die van Boeddha in de Indiase cultuur. In zijn tijd kwam Boeddha op tegen de filosofie van de Veda's, die de nadruk legde op het permanente karakter van de metafysische werkelijkheid en deze als enige realiteit aannam. Terwijl de Veda's de individuele ziel (atman) gelijk stelden aan de kosmische ziel (brahman), verschoof Boeddha de aandacht naar de veranderlijke wer-kelijkheid waarin wij allemaalleven: "we who were created by that Brahma, we have come hither all impermanent, transient, unstable, short-lived, desti-ned to pass away"2 Zo kwam ook Nietzsche op tegen het wereldbeeld van Plato en het christendom, waar de nadruk lag op de blijvende metafysische werkelijkheid. Nietzsches aankondiging van de dood van God moet begrepen worden als een verwerping van deze transcendente wereld ten voordele van de immanente wereld, die niets anders is dan een eeuwig vervloeien van ver-schijnselen.

    (Harvey 2000, 123). Zoals hieronder nog wordt verduidelijkt, staat de Theravada-traditie eerder nega-tief ten opzichte van het Ieven hier op aarde, in tegenstelling tot de Mahayana-traditie die het alom-tegenwoordige lijden in dit Ieven wil confronteren (Vink 1987, 123). Door zoveel mogelijk terug te grijpen naar de basisteksten uit het boeddhisme, probeer ik zo dicht mogelijk bij de leerstellingen van de stichter van het boeddhisme te blijven. Siddharta Gautarna Shakya Muni leefde in de zesde en vijfde eeuw voor Christus en is later bekend geworden als (de eerste) Boeddha. Ik concentreer me dus vooral op zijn vier Edele Waarheden die de oorspronkelijke basis vormen van aile latere boeddhistische stro-mingen (Dessein & Heirman 1999, 89-93; Harvey 1990, 47-72; Williams & Tribe 2000, 41-55). Aan-gezien deze Edele Waarheden ook aan de grondslag lagen van de oorspronkelijke boeddhistische moraal, probeer ik rnij ook dit vlak te concentreren op de elementen die de verschillende stromingen gemeenschappelijk hebben (Harvey 2000, 31-39).

    2 Patika Suttanta, 17 (Mistry 1981, 41).

    Dow

    nloa

    ded

    by [

    Yor

    k U

    nive

    rsity

    Lib

    rari

    es]

    at 2

    1:16

    11

    Nov

    embe

    r 20

    14

  • 290 Nietzsche en Boeddha

    Anderzijds wilde Nietzsche een tegenhanger zijn van de Indiase Boeddha. In tegenstelling tot Boeddha, die streefde naar de opheffmg van bet lijden, wil hij komen tot een vreugdevol beamen van dat lijden. Tegenover de waardering voor Boeddha, die reeds lang voor Christus bet geloof in een God had verlo-ren (GM ill 27), staat dus Nietzsches kritiek op Boeddha, die niet kon komen tot een affirmatie van bet Ieven (GM I 6, IT 21). Deze ambigulteit komt vaak expliciet naar voren (A 20).

    Mit meiner Verurtheilung des Christenthums mochte ich kein Unrecht gegen eine ver-wandte Religion begangen habe, die der Zahl der Bekenner nach sogar iiberwiegt, gegen den Buddhismus. Beide gehOren als nihilistische Religionen zusammen - sie sind deca-dence-Religionen- beide sind von einander in der merkwiirdigsten Weise getrennt. ( ... ). Der Buddhismus ist hundert Mal realistischer als das Christenthum- ( ... ) der Begriff 'Gott' ist bereits abgethan, als er kommt. Der Buddhismus ist die einzige eigentlich posi-tivistische Religion, die uns die Geschichte zeigt, auch noch in seiner Erkenntnisstheorie (einem strengen Phlinomenalismus- ), er sagt nicht mehr 'Kampf gegen Sunde', sondem, ganz der Wirklichkeit das Recht gebend, 'Kampf gegen das Leiden'.

    Enerzijds verwerpt Nietzsche bet boeddhisme, omdat bet nihilistisch is (Loy 1996, 37). Het streeft naar bet nirvana, dat doorgaans wordt vertaald en geiil-terpreteerd als bet Niets. Anderzijds Iooft hij die aspecten waarin bet boeddhisme verschilt van bet christendom (Frazier 1974, 146; Rudolph 1969, 38).

    2. Vergelijking van de filosofieen van Nietzsche en bet boeddhisme aan de hand van 'Die frohliche Wissenschaft'

    In zijn hoek 'Die frohliche Wissenschaft' komen slechts zeven aforismen voor waarin Nietzsche bet boeddhisme expliciet vermeldt. Precies daarom wordt bet vaak over bet hoofd gezien in studies omtrent de verhouding tussen Nietzsche en bet boeddhisme. Toch ben ik ervan overtuigd dat bet mogelijk is een ver-gelijkende studie te baseren op dit werk. Ik wil namelijk deze citaten verbin-den met enkele meer algemene thema's uit de filosofieen van Nietzsche en bet boeddhisme. Ook al heeft Nietzsche deze thema's niet eenvoudigweg overge-nomen van Boeddha, toch geloof ik niet dat hij deze gedachten volledig onaf-hankelijk van bet boeddhisme zou ontwikkeld hebben. Dat Nietzsche goed op de hoogte was van bet boeddhisme maakt deze stelling aileen maar aanneme-lijker. Nadat Nietzsche bet boeddhisme leerde kennen via Schopenhauer3,

    3 Het is belangrijk te weten dat Schopenhauer zich veel explicieter achter het boeddhisme schaarde (Schopenhauer 1988, 195). Cruciaal is echter dat ook Schopenhauers kennis van het boeddhisme onvolledig en gebrekkig was, onder meer omdat hij geen onderscheid maakte met de filosofie van de

    Dow

    nloa

    ded

    by [

    Yor

    k U

    nive

    rsity

    Lib

    rari

    es]

    at 2

    1:16

    11

    Nov

    embe

    r 20

    14

  • Bart Engelen 291

    bestudeerde hij secundaire literatuur over bet boeddhisme van de hand van Deussen, Koeppen (1857) en Oldenberg (1881) (Dumoulin 1981, 467-469; Elman 1983, 684; Morrison 1997, 3; Nanajivako 1977, 114; Rudolph 1969, 36). Uit Nietzsches eigen correspondentie blijkt overigens dat hij zelf enkele boeddhistische werken heeft gelezen (Vink 1987, 123). Ik heb reeds gesuggereerd dat Nietzsche zichzelf vooral als tegenstander van bet boeddhisme beschouwt. Een eerste lezing van 'Die frohliche Wissenschaft' lijkt deze visie te ondersteunen: zes van de zeven citaten waarin bet boeddhisme expliciet vermeld wordt zijn kritisch van aard. Toch probeer ik aan te tonen dat de gelijkenissen tussen beide filosofieen fundamenteler zijn dan de ver-schillen.

    2 .1. Wereldbeeld: de uitwendige werkelijkheid als worden

    Zoals ik reeds heb vermeld, verwerpt Nietzsche bet bestaan van een bovenna-tuurlijke werkelijkheid. Omdat metafysische waarheden worden gepostuleerd en als ontoegankelijk worden omschreven, leveren ze geen kennis op maar schijn (FW 54). Nietzsche doet bovendien elk geloof in substanties af als meta-fysisch geloof. Er bestaan volgens hem geen blijvende entiteiten achter de stroom van vervloeiende verschijnselen. In plaats van een geordende wereld is er enkel pure chaos met een aantal energetische krachten die zichzelf doelloos transformeren (FW 1 09).

    Der Gesamtcharak:ter der Welt ist dagegen in aile Ewigkeit Chaos, nicht irn Sinne der fehlenden Notwendigkeit, sondem der fehlenden Ordnung, Gliederung, Form, SchOnheit, Weisheit( ... ). Es gibt keine ewig dauerhaften Substanzen; die Materie ist ein ebensolcher Irrtum wie der Gott der Eleaten.

    Ook al gelooft de moderne mens niet meer in een platoonse ideeenwereld of in een christelijke God, toch blijft hij vasthouden aan de universele waarheden van de wetenschap, hetgeen volgens Nietzsche ook een metafysisch geloof is (FW 344). Nietzsche wijt de hardnekkigheid van een dergelijk geloof aan bet feit dat mensen niet kunnen Ieven zonder houvast (FW 347). Het geloof in

    Veda's. Bovendien vermengde hij boeddhistische elementen met zijn eigen opvattingen. Schopen-hauers niet altijd even accurate interpretatie van bet boeddhisme heeft een grote impact gehad op Nietzsches beeld van en opinie over het boeddhisme (Elman 1983, 676; Mistry 1981, 179). Vink stelt in dit verband dat "Nietzsche ten onrechte meent dat bet boeddhisme pessimistisch en nihilistisch is. Voor een groot deel is dit te wijten aan de invloed van Schopenhauer, die zijn eigen pessimisme in het boeddhisme meende te herkennen" (Vink 1987, 122).

    Dow

    nloa

    ded

    by [

    Yor

    k U

    nive

    rsity

    Lib

    rari

    es]

    at 2

    1:16

    11

    Nov

    embe

    r 20

    14

  • 292 Nietzsche en Boeddha

    onveranderlijke waarheden voorziet in deze behoefte en is daarom nuttig voor bet overleven van bet individu en van de soort, ook al beantwoordt er niets aan in de werkelijkheid zelf (FW 110-111). Het wordt bovendien in stand gehou-den, omdat mensen voortdurend misleid worden door de taal en de logica, die een eenheid suggereren. Omdat bier echter niets mee correspondeert in de werkelijkheid, is de taal niet geschikt om de werkelijkheid in haar veelheid en chaos weer te geven. Nietzsches opvattingen hieromtrent leunen opvallend dicht aan bij bet boed-dhisme, dat eveneens bet bestaan van een transcendente werkelijkheid verwerpt. In tegenstelling tot de metafysica van de Veda's, waarin bet brahman de opper-ste werkelijkheid vormt, aanvaardt bet boeddhisme enkel bet bestaan van de werkelijkheid bier en nu. Ook bier wordt deze begrepen als een eeuwig fluctu-erende stroom van verschijnselen. Er bestaan enkel onderling afhankelijke feno-menen (pratitya samutpada) (Mistry 1981, 76). Belangrijk in dit opzicht is de theorie van de leegte (sunyata), die door Nagar-juna4 werd ontwikkeld (Dessein & Heirman 1999, 156-161; Williams & Tribe 2000, 134-136). De uiteindelijke werkelijkheid is volledig leeg en kan enkel omschreven worden als substantieloos en essentieloos. De leegheid van feno-menen wordt gedefmieerd als de afwezigheid van een eigen natuur (svabhava): niets heeft een blijvende substantie. Aangezien alles vergaat, is er niets waarde-vol in de wereld om zich aan te hechten. Net zoals Nietzsche de mens oproept om zijn illusoire houvasten los te laten, wil Nagarjuna komen tot een volle...

Recommended

View more >