TaalVitaal TB H6

  • View
    33

  • Download
    2

Embed Size (px)

Transcript

  • ii

    ii

    50 vijftig

    Basiswoorden: gezegd, gegaan,

    z

    A

    zz

    z

    B

    C D

    Wat heb je gisteren gedaan?

    1 Wat hoort bij elkaar? Kies bij elk plaatje de juiste tekst.

    1. Je hebt toch zit gezegd!2. Hij heeft naar een Nederlandse specialiteit gevraagd. Gekke toeristen!3. Ben je met de fiets gekomen? Ja, hoezo?4. Hij is om acht uur, kwart over negen, tien uur en half elf naar bed gegaan.

    2 Vul in. Zoek in de tekst de vormen van het perfectum. Welke infinitief hoort erbij?

    infinitief perfectum

    zeggen hebt gezegd

  • ii

    ii

    Aandacht voor: over vandaag en gisteren spreken

    3Heb je ook wel eens zon dag gehad?

    1Vandaag ben ik niet op tijd opgestaan,Waarom ben ik ook zo laat naar bed gegaan?

    2Vlug mijn kleren aangetrokken.Nellie, waar zijn mn sokken! z3Heb je tenminste al koffie gezet?Mijn hemel, ik wil terug naar mn bed.

    4Nee, ik heb nog niets gegeten.Ja, ik ben de hond vergeten. z5Toen een kwartier naar mn sleutels gezocht.Waarom heb ik er nooit n als reserve gekocht?

    6Op het natte tuinpad uitgegleden.Jan! Je bus is net weggereden! z7Dus heb ik toen maar de fiets genomen,Maar ben toch tien minuten te laat gekomen.

    8U wilt weten of dat alles is geweest?Nee hoor, een lekke band, wat een feest! z9Goed, zoiets is vlug gerepareerd,Maar dat heb ik nooit perfect geleerd.

    10Een collega heeft me toen een lift gegeven.Ach, waarom ben ik niet gewoon in bed gebleven! z

    4 Wat hoort bij elkaar?H Tekening A hoort bij strofe

    51 eenenvijftig

    Les6

    A

    C

    B

    E

    19

    D

  • ii

    ii

    52 tweenvijftig

    gisteren

    eergisteren

    het afgelopen weekend

    twee weken geleden

    vorige week/vorig jaar

    A-Z ii

    Aandacht voor: over vandaag en gisteren spreken

    5 Het perfectum.a) Zoek in het gedicht het participium van de volgende verba.

    eten gegeten nemengeven repareren

    kopen zetten

    leren zoeken

    b) Welk hulpwerkwoord staat bij deze participia?

    6 Zoek in het gedicht a) Er staan nog meer participia in het gedicht.

    Kunt u die vinden?

    b) Welk hulpwerkwoord staat bij deze participia?

    7 Welke andere verba zijn voor u nog belangrijk?

  • .ii

    gisteren09.00

    10.00

    11.00

    12.00

    13.00

    14.00

    15.00

    16.00

    17.00

    18.00

    19.00

    20.00

    ii

    MAANDAG 12-5-0009.00

    10.00

    11.00

    12.00

    13.00

    14.00

    15.00

    16.00

    17.00

    18.00

    19.00

    20.00

    het huis opruimenboodschappen doen

    lunchen met de kinderen

    uurtje slapen

    naar de speeltuin met Tonnie

    eten kokenJanneke opbellen!

    naar de bioscoop met Hans

    ii

    ii

    53 drienvijftig

    Les6H Om negen uur heeft ze het huis opgeruimd.H H Wat hebt u/heb je gisteren gedaan?H Nou, ik

    .k

    20

    k

    Een stapje verder

    8 Luisteren a) Wat is Tineke vergeten?

    b) Vertel nu wat Tineke maandag heeft gedaan.

    9 En u?a) Schrijf op wat u gisteren hebt gedaan.

    b) Maak tweetallen. Vraag uw partner wat hij/zij gisteren heeft gedaan. Wissel van rol.

  • ..

    ii

    ii

    ii

    Een stapje verder

    10 Vraag het aan een medecursist.a) Geef antwoord op de vragen. Noteer uw antwoorden.

    b) Maak tweetallen. Stel de vragen aan uw partner. Noteer zijn/haar antwoorden.

    Bent u/Ben je vandaag/in het weekend ik medecursist

    te laat gekomen?

    op tijd opgestaan?

    met vrienden op stap geweest?

    naar de les gefietst?

    Hebt u/heb je vandaag

    de krant gelezen?

    iets vergeten?

    iets gekocht?

    iemand ontmoet?

    H Bent u/ben je op tijd opgestaan?H Ja, ik ben om opgestaan. /H Nee, ik

    11 Vertel het aan de klas.H Ik ben vandaag op tijd opgestaan maar Brigitte niet.

    12 Wie verzint het beste smoesje?Waarom ben je gisteren niet naar de les gekomen?

    54 vierenvijftig

    Ik ben gisteren bij de koningin op de koffie geweest!

    Ik heb gisteren een miljoen in de loterij gewonnen!

    k

    k

    Ik heb gisteravond Miss Nederland ontmoet!

  • .k

    .

    ii

    ii

    55 vijfenvijftig

    Les63

    1

    2

    5 4

    k

    Extra: ik vertel over mijn leven

    13 Wat hoort bij elkaar? Kies bij elke foto de juiste zin.

    z Ik ben geboren in 1952.z Van 1958 tot 1973 heb ik op verschillende z scholen gezeten.z In 1970 heb ik mijn eindexamen gedaan.z Mijn man heb ik in 1971 ontmoet.z Wij zijn getrouwd in 1974.z Onze oudste zoon is in 1979 geboren.z We zijn in 1983 naar een klein dorp z verhuisd.z Onze tweede zoon is in 1986 geboren.z Tot 1989 ben ik thuis bij de kinderen z gebleven.z In 1989 heb ik een nieuwe baan gekregen.z Wij hebben in 1995 ons huis verbouwd.z En in 1999 zijn we 25 jaar getrouwd!

    14 En u?Schrijf ongeveer vijf zinnen over uzelf op een blaadje (zonder uw naam te noemen).

    Geef uw blaadje aan de docent. Iedere cursist krijgt een blaadje van een andere cursist. Lees voor wat erop staat. De anderen moeten raden over wie het gaat.

  • Nederland ander land

    De verjaardagskalenderVeel Nederlanders hebben een verjaardagskalender in hun huis. Meestal hangt die aan de binnenkant van de wc-deur. Op die kalender staan de verjaardagen van familie

    en vrienden. U hoort er echt bij als u op deze kalender staat.Als er een verjaardag is, dan wordt het hele gezin gefeliciteerd met de ver-jaardag van zoon of dochter, dus niet alleende jarige. Alleen de jari-ge krijgt een cadeau.

    uit Doe maar gewoondoor Hans Kaldenbach

    56 zesenvijftig

    Hartelijk gefeliciteerdmet je verjaardag!

    KK

  • Samenvatting

    Grammatica

    Uitdrukkingen

    Ik ben iets vergeten.Ik heb iemand ontmoet.

    Ik ben bij op de koffie geweest.

    Ik ben in 19 geboren.Ik heb mijn examen in gedaan.Mijn man/vrouw heb ik in ontmoet.

    57 zevenenvijftig

    Les6

    ik hebje/jij hebthij / ze/zij heefthet

    u hebt/heeft gehad / geslapen / ontmoet

    we/wijjullie hebbenze/zij

    ik benje/jij benthij / ze/zij ishet

    u bent geweest / opgestaan

    we/wijjullie zijnze/zij

    gisterengisteravondeergisterenhet afgelopen weekendtwee weken geledenvorige week/vorig jaar

    Het perfectum

    Adverbia

    met hebben

    met zijn