Contexsommen cito e3

  • View
    158

  • Download
    2

Embed Size (px)

Transcript

1. Er zijn 12 paarden. 4 paarden lopen buiten. De andere paarden zijn in het hok. Hoeveel paarden staan in het hok? 2. Els moet elke dag 3 pillen nemen. Voor hoeveel dagen heeft ze pillen? 3. Jij en je papa en mama gaan samen naar de film. Jullie moeten allemaal 5 euro betalen. Hoeveel is dat voor papa, mama en jou? 4. In de klas zitten 16 kinderen. Er zijn 10 jongens en hoeveel meisjes zijn er dan? 5. Marjolein koopt 4 boekjes om te lezen. Elk boekje kost 3 euro. Wat moet Marjolein betalen? 6. Hierin wonen 11 duiven. 8 zitten lekker in het zonnetje. Hoeveel zitten er binnen het hok? 7. Wat is het nummer van de brievenbus met de krant? 8. Hoeveel koeken kunnen er in een volle doos? 9. De meisjes mogen deze 9 snoepjes samen verdelen. Ze krijgen elk evenveel. Hoeveel krijgt elk? 10. Karel heeft samen 19 stippen met 3 dominostenen. Hoeveel stippen heeft de steen die nog op de tafel ligt? 11. Anja krijgt de helft van dit geld. Hoeveel euro krijgt ze? 12. De kinderen hebben allemaal 3 koekjes in de tas. Hoeveel koekjes hebben ze samen? 13. Ze heeft drie knuffels gekocht voor 12 euro. Hoeveel euro kost n knuffel? 14. Hoeveel stukjes moeten er nog worden gelegd? 15. Op de boerderij zijn 3kippen buiten. Binnen in het hok zijn er nog 11 kippen. Hoeveel kippen heeft de boer. 16. Hoeveel postzegels heeft Lotte nog nodig om haar kaart vol te maken. 17. Joke stopt 6 muntjes van 10 eurocent in haar portemonnee. Hoeveel geld is dat samen. 18. Alle 10 olifanten moeten naar binnen. Er zijn nog 2 buiten. Hoeveel zijn er al binnen? 19. Het jongetje koopt de auto. Hij moet 4 euro betalen. Hij geeft 10 euro. Hoeveel geld houdt hij over? 20. Denise maakt zakjes met drie snoepjes erin. Hoeveel zakjes kan ze maken? 21. In mijn boeket zitten 12 rozen. In Carlijns boeket zit n roos minder. Hoeveel rozen zitten erin Carlijns boeket? 22. Abdul heeft twee van deze grote taarten. Voor hoeveel gasten heeft hij een stuk taart? 23. In de doos passen vier poezen? Hoeveel poezen passen er in twee dozen? 24. Hoeveel geld is dit? 25. In de grote tent slapen 10 kinderen. In de kleine slapen er 6. Hoeveel is dat samen? 26. In de zak zaten 9 knikkers. 3 zijn er uit gerold. Hoeveel knikkers zitten er nu nog in de zak? 27. Welk getal staat op de getallenlijn voor 14 ? 28. De cd kost 2 euro. Kees geeft 5 euro. Hoeveel krijg hij terug? 29. En lollie kost 10 eurocent Ik koop er vijf. Hoeveel moet ik betalen? 30. Hoe laat is het op de klok? 31. Mmmmm, pannenkoek. Ze eten er allemaal twee. Hoeveel moet moeder bakken?