Foeke Sjoerds Algemene Beschryving van Oud en Nieuw Friesland, deel 4 Leeuwarden Pieter Koumans 1768

  • Published on
    17-Aug-2015

  • View
    122

  • Download
    1

Embed Size (px)

Transcript

  1. 1. Foeke Sjoerds Algemene Beschryving van Oud en Nieuw Friesland, deel 2, 2 stuk Leeuwarden Pieter Koumans 1768 wumkes.nl
  2. 2. 2 wumkes.nl
  3. 3. INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE 3 XVII. HOOFDSTUK. Letteroefeningen en Wetenschappen in FRIESLAND. 9 I. Wetenschappen zyn hier niet zeer vroeg bekent geworden. 9 II. Oorzaken hier van. 10 III. De geleertheid werd nogtans veeltyds van de voornaamste personen bemint. 11 IV. Heeft inzonderheid onder de regeringe der landvorsten gebloeit. 12 V. Redenen van bloei en aanwas der wetenschappen. 13 VI. Oorzaken van het afnemen der geleertheid. Slegte opvoeding der jeugd. 19 VII. Geringe beloning der wetenschappen. 20 VIII. Het te veel gebruiken van Romanschriften enz. 25 IX. Tegenwoordige Staat der geleertheid in Friesland. 27 XVII. HOOFDSTUK. Van de Scholen, zo lage als hoge, in FRIESLAND. 29 I. Overvloed van Scholen in Friesland. 29 II. Slegte jaarwedden voor de Scholen ten platten lande. 30 Gevolgen daarvan. 31 III. Wyze van aanstelling der Schoolmeesters. 33 IV. Hunne voornaamste verrigtingen. 34 V. Latynsche Scholen in deze Provincie. 35 VI. Alude en latere schikkingen dien aangaande. 36 VII. Order en wyze van leeren. 37 VIII. Toestel tot het opregten van 's Lands Academie. 42 IX. Gebouw tot dezelve. 43 X. Inwyding der Academie. 44 XI. Vryheden, voorregten en wetten van 's Lands Universiteit. 48 XII. Octrooi der Stad Franeker aan dezelve. 58 XIII. Verdere vryheden. 59 XIV. 's Lands Voedsterlingen tot de Studien. 61 XV. Burse voor de Studenten. 64 XVI. Academie Boekzaal. 65 XVII. Bibliothecarius of Boekbewaarder. 66 XVIII. Verscheide andere bedieningen aan de Academie. Promotor en adsistenten. Bedllen. 66 XIX. Wyze van Aanstellinge der Hoogleeraren. 68 XX. Hun onderscheiden getal, en ongelyke jaarwedden. 69 En ongelyke jaarwedden. 70 3 wumkes.nl
  4. 4. XXI. Regtsgebied der Academische vierschaar, een moeilyk stuk te bepalen 71 XIX. HOOFDSTUK. Beknopt vertoog van de Reformatie des Godsdienst, voornamelyk in FRIESLAND. 72 I. Toebereidzelen tot de Reformatie. 72 II. Scherpe tegenstand, door strenge plakaten. 74 III. Aanwas der heimelyke belyderen. 78 IV. Verboden voorzorgen regens regtzinnige boeken enz. 79 V. Nog heeter plakaten dan voorheen. 79 VI. Nader aandrang der vorige plakaten. 81 VII. Verbod van veele boeken en Bybels. 82 VIII. Philips tot aanstaanden Landsheer gehuldigt. 83 IX. Het berucht plakaat van Ao. 1550. 83 X. Beschryving van de Inquisitie. 84 XI. Grote verbaastheid der Nederlanders. 87 XII. Overdragt der Regeringe op Philips van Spanje. 89 XIII. Zyn vertrek naar Spanje. 90 XIV. Invoering der nieuwe Bisschoppen. 91 XV. Nederlandsche Geloofsbelydenis opgestelt. 93 XVI. Voortzetting der Inquisitie. 96 XVII. Vertrek van Granvelle. 97 XVIII. Yver van eenige Edelen. 98 XIX. Gedrag des Konings daar tegen. 99 XX. Ongenoegen der voornaamste Heeren. 100 XXI. De strenge bevlen bevorderen het werk der reformatie, en 't Verbond der Edelen; ook in Friesland. 101 Ook in Friesland. 102 XXII. Beweging tot vernietiging van 't Pausdom te Leeuwarden, en eerste Predikatien aldaar. 105 XXIII. Beeldstormery in Nederland. 107 XXIV. Voortzetting der Hervorminge te Leeuwarden, enz. 110 XXV. Schielyke omkeering aldaar. Verjagen der Leeraren uit Friesland. 111 Verjaren der Leeraren uit Friesland. 111 XXVI. Komst van Alva, en schrikkelyk vlugten uit deze Provincie. 114 XXVII. Staat der kruiskerke alhier. 115 XXVIII. Enige ruimte in Friesland. 116 XXIX. Caspar Robles strengheid tegen de Religie. 118 XXX. Gentsche vrede brengt verandering en vryheid der Religie te weeg. 119 XXXI. Pryslyke iever der Overheden. 121 4 wumkes.nl
  5. 5. XXXII. Volkomene vryheid van Godsdienst. 122 XXXIII. Wyze van Reformatie in Friesland. 124 XXXIV. Afzweering des Konings, en verdere Reformatie. 127 XXXV. Zorg der Overheden voor de zuivere waarheid. en bevordering van 't Synode Nationaal. 129 XXXVI. Hetzelve is in Friesland aangenomen; maar niet de kerken-order aldaar beraamt. 131 XXXVII. Vaststelling der Gereformeerde Leere. Ao. 1651. 134 XX. HOOFDSTUK. Bestier en regeringe der Gereformeerde Kerke die Kerkenraden, Classen en Synoden in FRIESLAND. 135 I. Groot getal van Predikanten in Friesland. 135 II. Jaarwedden en inkomsten zo der Predikanten, als Emeriti en Weduwen. 135 III. Wyze van beroepinge der Leeraars ten platten lande. 138 En in de aangebouwde dorpen. 139 IV. In de Steden. 140 V. Order van bevestigingen enz. 140 VI. Schikking nopens het verroepen van Predikanten. 141 VII. Voornaamste verrigtingen der Leeraaren, en verscheide pligten. 142 VIII. Kerkelyke vergaderingen in 't gemeen. 144 IX. Kerkeraden. 145 X. Ouderlingen en Diakens in 't byzonder. 146 Diakenen. 146 XI. Classen in deze Provincie. 146 Zaken, aldaar verhandelt wordende. 148 XII. Provinciaal Synode. 150 Commissarin Politiek. 151 Correspondenten. 151 Deputaten ad Causas. 152 XIII. Wyze en voet van raadplegen aldaar. 153 XIV. Zaken, die voornamelyk op 't Synode behandelt worden. 154 XV. Besluit van 't Synode. 155 XVI. Deputaten Synodi, hun ampt en schikkingen. 156 XVII. Van de Commissie ad Autographa. 158 XVIII. Walsche Kerken. 160 XXI. HOOFDSTUK. Van de verschillende gezintheden der Religie in FRIESLAND. 162 I. Vryheid van geweten hier te lande. 162 II. LUTHERSCHEN, hun kerkbestier. 162 III. Hunne kerken in deze Provincie. 163 IV. Zending en dienst der Leeraren. 163 5 wumkes.nl
  6. 6. V. DOOPSGEZINDEN, hunne opkomst. 164 VI. Menno Simons. 165 VII. Scheuringen onder de Doopsgezinden. 166 VIII. Oude Vlamingen van verscheide zoorten. 168 Dantzigers. 168 Jan Jakobsgezinden. 168 IX. Hunne Leerstellingen. 169 X. Strenge Kerkban, enz. 171 Hun geleertheid. 172 En gevoelen. 172 XI. Kerkelyke regeringe, Godsdiensteffeningen, Doop en Avondmaal. 173 Doop. 173 En Avondmaal. 174 XII. Gemeenschap van alle Doopsgezinden met elkanderen. 175 XIII. Waterlanders, Vriesen en Vlamingen. 177 XIV. Nieuwe scheuringen onder dezelven. 178 XV. Hunne Geloofsbelydenissen. 180 XVI. Gevoelens aangaande zommige Leerstukken, de Sacramenten, het Overheidsmpt, Eedzweeren, gebruik der wapenen, Kerkelyke magt, ban, en kerktugt. 181 De sacramenten. 181 Van 't Overheidsampt. 182 Eedzweren. 183 Gebruik der wapenen. 183 Kerkelyke magt. 183 Kerkelyke Ban, en kerktugt. 184 XVII. Hunne Studin, Jaarwedden der Leeraren, enz. 184 Openbare Godsdienst. 186 En Avondmaal. 187 XVIII. Getal der Classen en gemeenten in Friesland. 188 XIX. Voorregten der Doopsgezinden alhier. 189 XX. COLLEGIANTEN, hun oorspronk. 191 XXI. Onderscheid van andere gezintheden. 192 XXII. Wyze van Godsdiensteffeningen. 194 XXIII. Voorname redenen tot staving hunner genootschap. 194 XXIV. Gebruik van den Doop. 197 XXV. Manier van Avondmaalhoudinge. 198 XXVI. Zy behoren voornamelyk onder de Doopsgezinden. 199 XXVII. REMONSTRANTEN: hunne opkomst. 199 XXVIII. Hun toestand in Friesland. 200 6 wumkes.nl
  7. 7. XXIX. ROOMSGEZINDEN, hunne toestand alhier. 202 XXX. Wyze van kerkbestier enz. 203 XXXI. Bewegingen over de Bulle Unigenitus. 206 XXXII. Getal der Roomsche Kerken in Friesland. 211 7 wumkes.nl
  8. 8. II DEEL. II STUK. 8 wumkes.nl
  9. 9. XVII. HOOFDSTUK. Letteroefeningen en Wetenschappen in FRIESLAND. I. Wetenschappen zyn hier niet zeer vroeg bekent geworden. De Friesen zyn, in vergelykinge van veele andere volkeren des aardbodem, niet dan zeer laat tot de kennisse der beschaafde wetenschappen gekomen, en de zon der geleertheid is, gedurende enige eeuwen, na 's Heilands geboorte, niet boven de kimmen van deze noordlyke delen der aarde opgegaan. De oude inwoners dezer landen waren oorlogzugtig, leefden ten deele van den roof, dien zy op de nagebuurde volken ververden; ten deele van de jagt, vissery en landbouw: oeffeningen die weinig gemeenschap met de betragting der wetenschappen hebben. De Duitschen, (en gevolgelyk ook de Friesen) zegt Tacitus 1 , weten van 't geheim der letteren niet, en de mannen zo weinig als de vrouwen, konnen leezen nog schryven; waar uit men ligt de rekening, aangaande de edele wetenschappen, kan opmaken. De Romeinen, (schoon opgewiegt onder de beeffening der letteren) hier te lande verkerende, hadden, waarschynlyk, weinig omgang met de volken wier landen zy doorkruisten, en waar in zy zomwylen hunne bezettingen hielden: en de afkerigheid der inwoners dezer landen van alle vreemde zeden, was genoeg om hen teffens een afkeer te doen hebben van alles, waar in de overalpische volkeren deze natien te boven gingen. De koophandel en zeevaart, waar toe de kennis van veele wetenschappen hoognoodig verischt worden, waren onbekende dingen in deze noordlyke gewesten, en de vergenoeging in het [p. 499] geen men hier zelfs vond en aankweekt, maakte het een en ander min noodzakelyk by zodanige menschen, die geene gemeenschap met andere volken verlangden. Het Christendom, zo veel men kan nagaan, eerst in de agtste eeuwe hier aangenomen, maakte wel eenige verandering in der menschen zeden; dog hetzelve werd, langen tyd, by veelen verworpen, en zy, die het aannamen, hadden weinig gelegenheid om zig in de nodige gronden dier zaligmakende leere te laten onderwyzen, en, uit dien hoofde, geenen toegang tot het heiligdom der wysheid. De kloosters waren, een' geruimen tyd, de eenige leerscholen der wetenschappen; dog weinigen waren 'er, die zig van die bronnen der geleertheid konden bedienen, en zy die binnen de muuren dier gebouwen hun bestendig verblyf hadden, waren inderdaad, (voor het grootste gedeelte) maar elendige beuzelaars en weetnieten. De voornaamste bezigheden der Monikken bestond in den ophef die men maakte van de algemeene magt der Pausen overleveringen, beeldendienst, gewaande wonderwerken, kragt der zogenaamde reliquien, des kruices, aanroepinge der Heiligen, dienst van Maria, vagevuur, missen voor de dooden, Feestdagen verdienstelykheid der goede werken, Monnike-leven, en 1 Tacit. van de zeden der Germanen, 19 Boek. 9 wumkes.nl
  10. 10. veele andere bygelovige uitvindingen. Karel de Groot had, aangaande vee