Voor de curator valt veel te winnen bij een overeengekomen verpandingsverbod

  • Published on
    19-Feb-2017

  • View
    103

  • Download
    0

Embed Size (px)

Transcript

<p>Voor de curator valt veel te winnen bij een overeengekomen verpandingsverbod! De Rechtbank Rotterdam heeft in een procedure tussen een curator en ABN AMRO Bank NV uitgemaakt dat een contractueel verpandingsverbod goederenrechtelijke werking kan hebben en de bank op die specifieke vorderingen geen pandrecht heeft. Curatoren zullen dus in het geval van een verpande debiteurenportefeuille alert moeten zijn. ECLI:NL:RBROT:2013:8758)Casus</p> <p>Eemhaven BV heeft een kredietrelatie met ABN AMRO. ABN AMRO heeft een pandrecht op de debiteurenportefeuille. De curator realiseert een doorstart en verkoop met toestemming van ABN AMRO de debiteurenportefeuille. Hij maakt wel een voorbehoud. Indien ten aanzien van vorderingen een verpandingsvoorbehoud geldt moet ABN AMRO terugbetalen aan de boedel. Na overdracht blijken een drietal aanzienlijke vorderingen te zijn overgedragen waarvoor een voorbehoud geldt.</p> <p>ABN AMRO stelt dat die verpandingsverboden slechts obligatoire werking hebben. De rechtbank beslist anders; in het geval van overdracht van vorderingsrechten kan de overdraagbaarheid daarvan ook met goederenrechtelijke werking worden uitgesloten (artikel 3:83 lid 2 BW). In dat geval is de vordering niet overdraagbaar en de overdracht in weerwil daarvan is ongeldig. Die ongeldigheid geldt niet alleen voor overdracht van de vordering, maar ook voor de vestiging van een beperkt recht op die vordering (3:98 BW).Gevolgen </p> <p>Voor curatoren is het dus zaak om de overeenkomsten met debiteuren te scannen op verpandings- en overdrachtsverboden en bij verkoop van een verpande portefeuille bovengenoemd voorbehoud op te nemen. In de beschreven casus leverde deze actie de boedel EUR 641.000,- op. Evert Baart </p>