CNV Vergelijking verkiezingen 2012

  • Published on
    01-Nov-2014

  • View
    2.693

  • Download
    1

Embed Size (px)

DESCRIPTION

De aanstaande verkiezingen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de werkenden en werkzoekenden in Nederland. Onderstaand schema helpt om de conceptverkiezingsprogramma's van de grote politieke partijen te vergelijken met elkaar en met het CNV-standpunt. Niet op alle, maar wel op enkele voor het CNV belangrijke onderwerpen.

Transcript

<ul><li> 1. Vergelijking verkiezingsprogrammas / Plannen voor werknemers onder de loepDe aanstaande verkiezingen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de werkenden enwerkzoekenden in Nederland. Onderstaand schema helpt om de conceptverkiezingsprogrammas vande grote politieke partijen te vergelijken met elkaar en met het CNV-standpunt. Niet op alle, maarwel op enkele voor het CNV belangrijke onderwerpen. Wil je meer weten over de standpunten vaneen partij, kijk dan in het volledige verkiezingsprogramma van die partij.DisclaimerDit is een voorlopige analyse op basis van de verkiezingsstandpunten van politieke partijen, zoalsdeze op dit moment bekend zijn en/of op hun website vermeld staan. De definitieve partij-standpunten worden begin juli verwacht. Op dat moment zal deze vergelijking - waar nodig -worden aangepast.Werkzekerheid De opzegtermijnen bij ontslag moeten worden verlengd en deze periode moet gebruikt worden om van-werk-naar-werk trajecten te realiseren. Nieuwe regionale transfercentra moeten het proces van-werk-naar-werk ondersteunen. Werkgevers en werknemers zijn samen verantwoordelijk voor deze regionale transfercentra. Na de verlengde opzegtermijn, en zonder nieuwe baan, komt een werknemer in dienst van een transfercentrum. (Maasland Model) Werkgevers zijn vooralsnog verplicht maximaal een half jaar lang de kosten van de WW aan het UWV te vergoeden. Op termijn wordt deze verplichting omgezet in de verplichting samen afspraken te maken over loondoorbetalingbij ontslag en (preventief) te investeren in scholing. Er komt een nieuwe wettelijke ontslagprocedure. Sociale partners en overheid moeten samen een nieuw akkoord sluiten over een nieuwe balans tussen flexibiliteit en zekerheid In overeenstemming met het Maasland Model zijn werkgever en werknemer bij boventalligheid in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het vinden van een nieuwe baan. Dit zorgt dat een werknemer niet in de WW komt. De ChristenUnie wil hogere maximale vergoedingen mogelijk maken dan de halfjaars loonsom die in het Lenteakkoord is voorzien. Een hogere vergoeding is mogelijk wanneer die in termijnen wordt uitbetaald. Als binnen de termijnperiode een baan wordt gevonden, wordt het restant als premie verdeeld over werkgever en werknemer. Zo hebben beide partijen er voordeel aan, als snel een andere baan wordt gevonden. Werkgevers betalen de eerste zes maanden van de WW. Zo krijgen zij er financieel belang bij om werkloosheid te voorkomen. Ontslagstelsel moet simpel en duidelijk zijn. De redelijkheid van ontslag kan indien nodig achteraf door de kantonrechter worden vastgesteld. De kosten van werkloosheid worden meer bij de werkgever gelegd via premiedifferentiatie. Werkgevers betalen hierdoor meer premie als meer van hun werknemers in de WW terechtkomen. Overheid en sociale partners moeten harde afspraken maken over het voorkomen van werkloosheid door mensen te begeleiden van werk naar werk. Er komt een eenduidig ontslagrecht met korte procedures. Een ontslagbesluit dient te worden voorafgegaan door een hoorzitting van een onafhankelijke instantie met een bindende uitspraak over het toestaan van het ontslag. </li> <li> 2. Werkgevers betalen de eerste zes maanden van de WW loon door. Voor deze periode stellen werkgever en werknemer een werk-naar-werk plan op. Er komt een eenduidige ontslagroute via de Kantonrechter waarbij werknemers recht krijgen op een toets voorafgaand aan het ontslag. Wel wil de PvdA de ontslagvergoeding maximeren op een bedrag van 75.000 euro. Ontslagvergoeding komt grotendeels ten goede aan het van werk-naar- werk traject. Werknemers krijgen na een tijdelijk contract van n jaar in principe een vast contract, tenzij de CAO in afwijkingen voorziet. Sociale partners en overheid moeten een akkoord sluiten over werkgelegenheid, inkomenszekerheid, sociale zekerheid en pensioen. Ontslagbescherming wordt gehandhaafd. Ook werknemers met een tijdelijk contract krijgen recht op een ontslagvergoeding. Mensen met tijdelijke contracten en andere vormen van onzeker werk krijgen eerder recht op een vast contract. De VVD wil het ontslagrecht versoepelen. De ontslagvergoeding wordt 1 week per gewerkt jaar, maar niet meer dan een half jaarsalaris. Dit geldt ook voor ambtenaren. De ontslagvergoeding en ontslagbescherming blijven intact.Sociale Zekerheid Na de verlengde opzegtermijn, en zonder nieuwe baan, komt een werknemer in dienst van een transfercentrum. De uitvoering van de WW moet in handen komen van werkgevers en werknemers. Mensen met een arbeidsbeperking dienen net als nu een beschutte werkplek in de sociale werkvoorziening te krijgen. De Werkloosheidwet (WW) wordt weer teruggebracht tot het oorspronkelijke doel van inkomensbescherming bij een baanwisseling. Voor oudere werklozen komt er een vervolguitkering. De Wet Sociale Werkvoorziening, de Wajong, de Wet werk en Bijstand en de Wet investeren in jongeren worden opgenomen in n nieuwe regeling. Voor jongeren die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, blijft de Wajong bestaan. In overeenstemming met het Maasland Model zijn werkgever en werknemer bij boventalligheid in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het vinden van een nieuwe baan. Dit zorgt dat een werknemer niet in de WW komt. De werkgever houdt deze verantwoordelijkheid maximaal een jaar. De opbouw van WW-rechten wordt bepaald op driekwart maand per gewerkt jaar. </li> <li> 3. De WW wordt korter maar wel hoger. D66 wil de sociale zekerheidsregelingen WAJONG, WSW en WWB onder brengen in 1 wet. Uitgangspunt is zoveel mogelijk mensen aan de slag te krijgen bij reguliere werkgevers. Daarmee laten we mensen meedoen en beperken we tegelijkertijd de instroom in uitkeringen en sociale werkplaatsen. De maximale duur van de WW wordt verkort naar 1 jaar. De werkloosheidsuitkering wordt verhoogd naar 90 procent van het laatstverdiende loon in het eerste half jaar en bedraagt 80 procent in het tweede half jaar. Er komt een Wet Werk en Zekerheid die de Wet werk en Bijstand, Wet Investeren in Jongeren, Wajong en delen van de Wet Sociale Werkvoorziening bundelt tot een nieuwe regeling. Kern van deze wet is dat iedereen die langer dan een jaar werkloos is aan het werk wordt geholpen of een leerwerkaanbod krijgt. De hoogte en duur van de WW blijft gelijk. Grote en middelgrote bedrijven worden bij wet verplicht vijf procent arbeidsgehandicapten en (oud) langdurig werklozen in dienst te hebben. De Wajong, de Wet Sociale Werkvoorziening en de Wet Werk en Bijstand worden samengevoegd tot n regeling in handen van gemeenten. De PvdA gaat niet sjoemelen met de arbeidsvoorwaarden van mensen die nu in de sociale werkvoorziening werken. De duur van de WW wordt niet verkort. Geen loondoorbetalingplicht voor de werkgever na ontslag. Sociale werkplaatsen blijven in de toekomst beschut werk bieden voor mensen met een beperking. De huishoudtoets in de bijstand wordt geschrapt. Iedere jongeren onder de 27 hoort te werken (werkaanbod) of naar school te gaan. De WW-uitkering gaat omhoog, maar de duur wordt beperkt. De regelingen voor jonggehandicapten, sociale werkplaatsen en de bijstand worden samengevoegd in n Participatiewet. Het wordt voor werkgevers makkelijker om mensen met een beperking aan te nemen. De WW blijft ongewijzigd. Wie zijn baan verliest heeft recht op een uitkering. De Partij voor de Vrijheid laat de WW dan ook even lang en even hoog als nu, net als de ontslagvergoeding. Bezuinigingen op de sociale werkplaatsen worden teruggedraaid. De Wet Werken naar Vermogen wordt niet ingevoerd.AOW en Pensioen Bij een snellere verhoging van de AOW-leeftijd dan in het pensioenakkoord (2020:66 jaar, 2025: 67 jaar) afgesproken, moet rekening gehouden worden met werknemers die al gestopt zijn met werken; voor hen moet een passende en realistische overgangsregeling komen zonder fors inkomensverlies. Werknemers met zware beroepen en een lange loopbaan moeten op hun 65ste kunnen stoppen met werken zonder dat ze er meer dan 1,5% in inkomen op achteruit gaan ten opzichte van uittreding op 66-jarige leeftijd. Daarnaast moeten werknemers zelf kunnen bepalen wanneer ze hun AOW opnemen. </li> <li> 4. De AOW-leeftijd wordt gekoppeld aan de levensverwachting. De AOW-leeftijdstijgt in kleine stapjes vanaf 2013. Doordat de AOW al op korte termijn omhooggaat ontstaan er voor sommige mensen overbruggingsproblemen. Hiervoor komteen overgangsregeling.Daarnaast mag iemand er zelf voor kiezen wanneer hij zijn AOW laat ingaan. Ditmoet wel gebeuren tussen 65 jaar en 70 jaar.De pensioenleeftijd gaat conform de afspraak in het Lenteakkoord de komendejaren geleidelijk omhoog via 66 in 2019 naar 67 in 2023 en ontwikkelt deze zichvervolgens in lijn met de levensverwachting.D66 wil de AOW-leeftijd geleidelijk verhogen naar 67 jaar in 2021. Daarna latenze deze automatisch meestijgen met de levensverwachting. Daarbij wordt deAOW-leeftijd flexibeler: mensen krijgen keuzevrijheid over de leeftijd waarop zede AOW laten ingaan. Ook kunnen mensen de AOW eerder laten ingaan.De AOW leeftijd gaat vanaf 1 januari 2013 met 1 maand omhoog per jaar, zodatin 2023 de pensioenleeftijd 67 jaar is. Mensen die 45 jaar hebben gewerktworden financieel voldoende gecompenseerd. Daarnaast is een redelijkeovergangsregeling nodig voor diegenen die reeds met vervroegd pensioen zijngegaan, voordat zij wisten dat de pensioenleeftijd geleidelijk omhoog zou gaan.De AOW-leeftijd wordt gekoppeld aan de levensverwachting. De AOW-leeftijdgaat in 2017 naar 65,5, in 2020 naar 66, in 2022 naar 66,5 en in 2025 naar 67jaar.Mensen met een klein pensioen die lang gewerkt hebben kunnen op hun 65stestoppen met werken. De korting op hun AOW is drie procent per eerder gestoptjaar.Mensen mogen zelf kiezen wanneer ze hun AOW in laten gaan (maximaal 1 of 2jaar eerder dan wettelijke leeftijd).Voor mensen die na hun 61ste onvrijwillig aan de kant komen te staan komt ereen vervroegde AOW.De AOW-leeftijd blijft in ieder geval tot 2020 gehandhaafd op 65 jaar. Socialepartners moeten met de overheid een akkoord sluiten over de toekomstigeontwikkeling van de AOW-leeftijd. Mensen met zware beroepen/langarbeidsverleden kunnen ook na 2020 met 65 jaar stoppen met werken.De AOW-leeftijd gaat in 2018 naar 67 en stijgt daarna mee met delevensverwachting. </li> <li> 5. De AOW-leeftijd blijft op 65 jaar. Keuze voor eerder of later met korting of opslag.Reiskostenvergoeding De onbelaste kilometervergoeding voor woon-werkverkeer, moet zonder dat er een goed alternatief is kostendekkend blijven. Reiskostenvergoedingen kunnen wel slimmer vorm gegeven worden zodat werknemers en werkgevers duurzamere reisopties gaan kiezen. De onbelaste reiskostenvergoeding wordt niet geheel afgeschaft maar gaat wel omlaag. De onbelaste reiskostenvergoeding voor het openbaar vervoer blijft bestaan. Wel komt er een maximum aan de te vergoeden afstand. De onbelaste kilometervergoeding blijft ook bestaan, maar de kilometervergoeding wordt wel lager. D66 wil dat mensen betalen voor het gebruik, niet voor het bezit van een auto. Dit kan via beprijzen van rijden en door het afbouwen van fiscale prikkels voor autogebruik. In het Begrotingsakkoord zijn hier eindelijk afspraken over gemaakt. D66 zorgt wel voor een aanvullende overgangsregeling die vooral OV-forenzen ontziet. De vergoeding voor woon-werkverkeer met de auto wordt voortaan gewoon belast. De vergoeding voor woon-werkverkeer met het openbaar vervoer blijft onbelast. De fiscale vrijstelling van de kilometervergoeding wordt niet afgeschaft. </li> <li> 6. Geen afschaffing of beperking van de reiskostenvergoeding. De fiscale vrijstelling voor de tegemoetkoming in het woon-werkverkeer blijft. De auto is geen melkkoe, dus de onbelaste reiskostenvergoeding blijft in ere. Geen forenzentaks!Huizenmarkt De huizenmarkt moet integraal hervormd worden. Daarbij moet aandacht zijn voor het beperken van het scheefwonen, de overgang tussen koop- en huurmarkt en de druk op de overheidsfinancin van de hypotheekrenteaftrek. De hypotheekrenteaftrek kan worden afgetopt tegen het 42% tarief en vervolgens worden afgebouwd, zodat niet lenen maar aflossen wordt gestimuleerd. Voor herstel van vertrouwen is een omvattend plan nodig, dat zowel koop- als huurmarkt meeneemt en goede afspraken met corporaties, bouwers, financile sectoren en pensioenfondsen. Mensen zouden een bonus moeten krijgen wanneer ze hun hypotheek versneld aflossen. De hypotheekrenteaftrek wordt een vast percentage (35%). Starters moeten fiscaal gestimuleerd worden om te sparen voor de aankoop van een eigen huis. De ChristenUnie wil dat hypotheekschulden gedurende de looptijd worden...</li></ul>